
Feb 11 2025
/
Voor een appel en een ei aan dga verkochte auto geen misbruik van recht
Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch oordeelt dat er geen sprake is van misbruik van recht bij een (abnormaal) lage verkoopprijs van een auto door een BV aan de DGA. Er is in dit geval alleen sprake van één transactie, en een enkel feit van een abnormaal lage prijs is op zichzelf niet voldoende om misbruik te concluderen.
In 2015 koopt een BV een auto voor € 93.400,- inclusief btw en haalt de btw volledig terug als voorbelasting. De DGA van de BV gebruikt de auto zowel zakelijk als privé. Elk jaar wordt in de laatste btw-aangifte een correctie voor het privégebruik van de auto aangegeven.
In 2020 verkoopt de BV de auto aan de DGA voor € 2.624,- inclusief € 434 aan btw en € 124 aan rest BPM. De auto is getaxeerd door een Volvo dealer op een waarde van € 29.750,-. Het verschil tussen de verkoopprijs en de taxatiewaarde, € 27.126,-, wordt door de BV en de DGA aangemerkt als een verkapt dividend voor de vennootschapsbelasting, dividendbelasting en inkomstenbelasting.
De inspecteur stelt dat er sprake is van misbruik van recht vanwege de contractvoorwaarden, vooral de prijsstelling. Volgens hem is de gekozen lage prijs in strijd met de bedoeling van de btw-richtlijn, omdat het lijkt te dienen om belastingvoordeel te behalen. Hij verwijst naar artikel 8, lid 4, Wet OB, waarin staat dat een abnormale prijsstelling kan leiden tot misbruik van recht.
De DGA betoogt echter dat het niet de bedoeling was om belastingvoordeel te behalen. De voornaamste reden voor de verkoop was de verwachte stijging van het bijtellingspercentage, waardoor het niet langer voordelig was om de auto in de vennootschap te houden. Hij stelt dat er geen kunstmatige constructie is en dat het doel van de lage prijs niet was om btw te besparen, dus er is volgens hem geen sprake van misbruik van recht.
De DGA betoogt echter dat het niet de bedoeling was om belastingvoordeel te behalen. De voornaamste reden voor de verkoop was de verwachte stijging van het bijtellingspercentage, waardoor het niet langer voordelig was om de auto in de vennootschap te houden. Hij stelt dat er geen kunstmatige constructie is en dat het doel van de lage prijs niet was om btw te besparen, dus er is volgens hem geen sprake van misbruik van recht.
Het hof oordeelt dat het in principe iedereen vrijstaat om zijn activiteiten zo te structureren dat belastingbesparingen worden gerealiseerd. Misbruik van recht kan echter alleen worden aangenomen als de transacties in strijd met hun doel leiden tot een belastingvoordeel. Er moet uit objectieve factoren blijken dat het belangrijkste doel van de transactie belastingbesparing was.
Het hof merkt op dat er slechts één transactie in dit geval is, namelijk de verkoop van de auto. Er is geen sprake van een reeks van handelingen of een kunstmatige constructie. Het geschil gaat over de vraag of de lage prijs op zichzelf al misbruik van recht inhoudt. Het hof oordeelt dat het enkele feit dat de auto tegen een veel lagere prijs werd verkocht dan de werkelijke waarde niet genoeg is om misbruik van recht aan te nemen. Het ontbreken van een reeks transacties of een kunstmatige constructie wijst erop dat dit geval geen misbruik van recht is.